![]() |
| CONTACT | ONDERHOUD |
|
VIDEO
ENDOSCOPIE
|
ELECTRO-CHIRURGIE
Het basis principe van elektrochirurgie is het toedienen van warmte door middel van stroom,zonder dat dit spierstimulatie veroorzaakt. Met het gebruik van hoge frequenties wordt het signaal zo vaak gewisseld van polariteit, dat de spieren deze wisseling niet kunnen volgen. Vandaar dat ook de term Hoog frequente chirurgie wordt gebruikt. De meest toegepaste applicatie vorm is monopolaire elektrochirurgie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een patiëntplaat (retourplaat) om een circuit te genereren. Duidelijke voordelen biedt de bipolaire elektrochirurgie, waarbij zeer lokaal warmte ontstaat. Bijvoorbeeld alleen tussen de benen van de pincet. Deze toepassing is ideaal voor microchirurgische en endoscopische toepassingen. voordelen van elektrochirurgie;
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Valleylab Force 30 € 1.500,-
Compleet met; voetpedaal monopolair snoer bipolairsnoer neutraalplaat
|
Meditool heeft voor de electro-chirurgie een programma van Valleylab en Erbe producten die wij met de juiste service ondersteunen. Voor het instrumentarium bieden wij u een programma van Medicon.
Bel 0299 671942 of mail info@meditool.nl voor een afspraak en wij maken u een aanbieding op maat.
Hoe werkt het en hoe beïnvloedt u uw resultaat. Snijden Het uitvoeren van een incisie met elektrochirugie, is gebaseerd op de afgifte van een grote hoeveelheid warmte op een klein oppervlak. Hierdoor worden lichaamscellen zeer snel opgewarmd. De intracellulaire vloeistof wordt zo snel verhit dat het celmembraan zodanig onderdruk komt te staan dat het scheurt en de cel explodeert. Een grote opeenvolging van celexplosies veroorzaakt het wijken van het weefsel.
Snelle opwarming kan alleen bereikt
worden, als in de nabijheid van de cel vonken ontstaan. Bij te
grote vonken ontstaat teveel weefselschade. Hieruit volgt dat
een incisie met minimale weefselschade slechts gerealiseerd kan
worden door microvonken. Het beperkt toestaan van grote vonken
geeft de gebruiker controle over de graad van haemostase tijdens
de incisie. Door met de elektrode tegen het weefsel te drukken
ontstaat er een groter contact oppervlak, hierdoor zullen er
geen vonken kunnen ontstaan. Het snij signaal zal warmte aan het
weefsel afgeven en er ontstaat coagulatie. Na het uitdrogen van
het weefsel kan er weer een vonkje ontstaan, hiermee kan de
incisie fase alsnog aanvangen. Drukken tegen het weefsel dient
te verkomen worden. Factoren die van invloed zijn op het chirurgisch resultaat bij snijden Elektrodevorm; Een elektrode met een groot oppervlak is eerder geneigd te gaan coaguleren. Omgekeerd zal een dunne elektrode geneigd zijn te gaan snijden. Dit is onafhankelijk van de keuze voor een incisie of coagulatie signaal. Ook het ontstaan van microvonken wordt hierdoor sterk beïnvloed. Voor multifunctioneel elektrochirurgie wordt dan ook de blad-elektrode aanbevolen. Hiermee kan met de smalle kant een incisie worden gemakt. Het grotere contact vlak in het verlengde van de incisie , draagt bij aan een betere haemostase. Voor contact coagulatie kan de elektrode een kwartslag gedraaid worden om een groot oppervlak ter beschikking te hebben. Voor de spray coaguatie heeft het blad-elektrode voldoende massa om niet te verbranden tijdens gebruik Snelheid en diepte van werken; Bij een oppervlakkige incisie is minder energie nodig voor de afgifte van micro-vonken, dan bij een diepe incisie. Bij een conventioneel elektrochirugietoestel heeft de snelheid van voortbewegen door het weefsel een duidelijke invloed op het resultaat. Gaat men te snel dan zal gemakkelijk mechanische trek op het weefsel ontstaan, de elektrode krijgt dan teveel kontakt met het weefsel en zal gemakkelijk gaan coaguleren Weefselvariatie; Verschillende weefselstructuren beïnvloeden op hun eigen manier de afgifte van warmte en micro-vonken in het weefsel. Goed doorbloed weefsel zal gemakkelijk de energie absorberen en daarmee het ontstaan van vonken blokkeren. Omgekeerd zal er bij weefsel met een geringe vochtinhoud weinig energie absorptie zijn, wat snel kan leiden tot verbranding en carbonisatie. Naarmate het weefsel droger wordt, zullen er grotere vonken ontstaan. Juist bij dit droge weefsel is betrekkelijk weinig energie nodig. Het gevolg hiervan is grote weefselschade. Ook wanneer de elektrode het weefsel verlaat, zal een grote vonk, een grote weefselschade aanrichten. Omgekeerd worden er bij vochtig weefsel relatief kleinere vonken afgegeven, die ook nog eens gemakkelijk door het weefsel geabsorbeerd worden. Hierdoor kan de incisie geremd worden. Coaguleren Het coaguleren met elektrochirurgie, is gebaseerd op afgifte van warmte aan weefsel. Hierdoor worden lichaamscellen langzaam opgewarmd c.q. uitgedroogd. De intracellulaire vloeistof wordt langzaam opgewarmd dat deze verdampen door de celmembraan heen. Wat rest is een uitgedroogde, verschrompelde cel met “onbeschadigde” celwand. Door te voorkomen dat de temperatuur tijdens het coaguleren te hoog oploopt, wordt verkleving en carbonisatie voorkomen. De hoge spanning van het conventionele elektrochirurgietoestel geeft bij coagulatie vaak vonken. Als gevolg hiervan ontstaat; kratervorming, verkleving, carbonisatie en zelfs handschoen doorslag. Het “bakken” van bloed zal altijd tot elektrode vervuiling leiden. Het nauwkeurige opsporen en dichthouden van de bloeder en het afzuigen van eventueel overtollig bloed zal een beter resultaat geven. Het verwarmen van het bloed zal snel leiden tot glucose vorming en gemakkelijk plakken. Dit is echter een ander fenomeen dan verkleving veroorzaakt door vonken op het weefsel. Factoren die van invloed zijn op het chirurgisch resultaat van coaguleren Elektrodevorm; Een elektrode met een groot oppervlak is nodig voor een optimale kontakt coagulatie. Hierbij moet men denken aan de bekende bol-elktrode, maar ook aan de blade- elektrode en het standaard chirurgisch pincet dat met behulp van een elektrode houder onder stroom wordt gezet. Bij intensief gebruik van de naaldelektrode voor spray coagulatie kan de elektrode gaan gloeien en op branden. Door het kleine oppervlakte van de elektrode ontstaat er een te grote warmte. Een te kleine elektrode kan, ondanks de keuze voor een coagulatie signaal, onder omstandigheden, leiden tot een incisie. Snelheid en diepte; Een hoge warmte instelling op het toestel stimuleert vaak een snelle manier van werken. Dit creëert echter oppervlakkige coagulatie, die aanleiding kunnen geven tot nabloedingen. Een beperkte warmte instelling en een iets langer applicatietijd zullen tot een veel betere resultaten leiden. Weefselvariaties; coaguleren is het uitdrogen van weefsel. Op basis hiervan zou ik elk coagulatietoestel moeten stoppen met het afgeven van warmte al s het weefsel droog is. Patiëntenplaat De patiëntenplaat moet alle stroom die tijdens een chirurgische ingreep gebruikt wordt op een veilige manier afvoeren. Dit kan alleen als het oppervlak van de plaat voldoende groot is. Met het toenemen van het aantal kleine patiëntenplaten op de markt, neemt de behoefte aan controle op het optimale gebruiken van deze relatief kleine plaat toe. Tegenwoordig worden meestal platen gebruikt die uit twee helften zijn opgebouwd. Het contact van de patiëntenplaat met de huid wordt hiermee gemeten. Laat de plaat gedeeltelijk los van de huid, dan volgt er een alarm en de activatie van het toestel wordt onderbroken. Een andere beveiliging controleert de retour stroom over de twee plaat helften. Het positioneren van gesplitste patiëntenplaten levert een belangrijke bijdrage aan het veilig gebruik van elektrochirurgie. Endoscopische chirurgie Elektrochirurgie biedt vele mogelijkheden inde endoscopische chirurgie, omdat er op een eenvoudige wijze gecoaguleerd en nagenoeg tractieloos gesneden kan worden. Dit voordeel weegt, door de beperkte manoeuvreerbaarheid in de endoscopische chirurgie, zwaarder dan in de open chirurgie. Bij gebruik van monopolaire en bipolaire technieken, kan vooraf de maximaal gewenste coagulatie diepte worden ingesteld. Hierdoor worden onverwachte resultaten, bijvoorbeeld als gevolg van weinig zicht,voorkomen. Bij het gebruik van monopolaire elektochirurgie in de endoscopie bestaan beperkte risico’s op interne verbrandingen. Dit treed vooral op bij het gebruik van hoge spanningen en vonken. Mogelijke risico’s in de endoscopische chirurgie
Restwarmte; Door het werken met elektrochirurgie wordt niet alleen het weefsel, maar ook de tip van het instrument opgewarmd. Als u nu direct na het gebruik, contact met omliggend weefsel maakt, kan de rest warmte van de tip van het instrument, een coagulatie ver oorzaken. Het tijdelijk terug trekken van het instrument tot in de schacht van de trocar kan hier een oplossing bieden. Directe koppeling; Mede door de beperking van het twee dimensionale zicht van het camerabeeld, kan het gebeuren dat twee instrumenten elkaar raken zonder dat men zich daar van bewust is. Indien een ervan geactiveerd wordt door elektrochirurgie, kan het ander instrument ook heet worden Isolatie beschadiging; Beschadigde instrumenten en of instrumenten met haarscheurtjes in de isolatie, kunnen een coagulatie veroorzaken op een ongewenste en onverwachte plaats. Capacitieve koppeling; Door het specifieke karakter van hoog frequente energie kan deze overgedragen worden van het werkinstrument op de trocar. Dit kan gebeuren zonder dat er sprake is van een direct contact of defect. Om deze energieoverdracht te voorkomen is het belangrijk om gebruik te maken van metalen trocars zonder plastic fixatieschroeven of van volledig kunstof trocars
|